Hoe ontstaat koliek?
Hoe ontstaan maagzweren?
De natuurlijke voeding van paarden: gras & hooi
Paarden zijn van nature grazers en spenderen gemiddeld 18 uur per dag aan het eten van gras. Maar wist je dat gras voor 80% uit water bestaat en slechts 20% voedingsstoffen bevat? Daarom eten paarden de hele dag door en knippen ze de bovenste topjes van het gras af. Dit constante kauwen houdt hun spijsvertering actief en draagt bij aan een gezonde darmwerking.
Echter, niet elk paard kan 24/7 grazen in de weide. Wanneer ze op stal, in een paddock of op een track staan, is hooi (of voordroog) een alternatief.
Uitdagingen bij het voeren van hooi aan paarden
Hooi is een essentieel onderdeel van het dieet van paarden, maar brengt ook enkele uitdagingen met zich mee. In tegenstelling tot vers gras, bevat hooi slechts 15% water en maar liefst 85% voedingsstoffen.
Wanneer een paard gras eet knipt deze zorgvuldig de toppen af waardoor het relatief kleine hoeveelheden voedingsstoffen per hap binnenkrijgt. Bij hooi is dit anders: omdat het los ligt kan een paard dit niet afknippen en neemt het met zijn lippen grotere plukken in één keer op. Dit betekent dat een paard bij het eten van hooi 8 tot 12 keer sneller voedingsstoffen binnenkrijgt dan bij gras.
Veel eigenaren voeren hooi in 3 tot 4 porties per dag, maar dit wijkt sterk af van het natuurlijke eetgedrag van een paard. Lange periodes zonder voedsel kunnen leiden tot spijsverteringsproblemen zoals maagzweren, koliek en pijn-gerelateerd gedrag zoals luchtzuigen of weven.
Speeksel productie
Tijdens het kauwen van hooi produceert een paard speeksel wat een essentiële rol speelt in de spijsvertering. Het bevochtigt het voer waardoor het makkelijker doorgeslikt kan worden en helpt in de maag bij het neutraliseren van maagzuur om zo de maagwand te beschermen tegen maagzweren.
Wanneer een paard echter grote plukken hooi tegelijk eet wordt er per hap minder speeksel aangemaakt. Dit maakt het slikken lastiger en verhoogt het risico op slokdarmverstopping. Sommige paarden compenseren dit door elke hap hooi in de waterbak te soppen, maar dit verdunt het speeksel en vermindert de beschermende werking ervan in de maag.
Als er te weinig speeksel in de maag komt kan de zuurgraad in de maag stijgen, wat de kans op maagzweren vergroot.
De maag
In tegenstelling tot mensen kan de maag van een paard niet uitzetten waardoor de doorstroom van voedsel continu moet plaatsvinden. Maagzuur wordt in een constant tempo geproduceerd, ongeacht of er voedsel in de maag aanwezig is. Wanneer een paard gras eet leegt de maag zich ongeveer in hetzelfde tempo als waarmee het eet. Dit zorgt ervoor dat het maagzuur voldoende tijd heeft om het gras af te breken en eventuele schadelijke bacteriën te doden voordat het voedsel naar de dunne darm gaat.
Bij het eten van hooi verloopt dit proces anders. De maag vult zich sneller dan hij zich kan legen waardoor voedsel onder druk naar de dunne darm wordt doorgeduwd voordat het maagzuur zijn werk volledig heeft kunnen doen. Wanneer het hooi op is, raakt de maag snel leeg, maar de aanmaak van maagzuur blijft doorgaan. Hierdoor vult de maag zich met zuur wat vooral de bovenste helft van de maag irriteert omdat deze niet tegen zuur is beschermd. Na verloop van tijd kunnen hierdoor pijnlijke maagzweren ontstaan die zelfs tot bloedingen kunnen leiden. Als reactie op deze irritatie produceert het paard het stresshormoon cortisol wat het dier sterk aanzet tot het zoeken van voedsel om zo zijn maag te beschermen.
Als zich maagzweren hebben gevormd is de enige manier om de pijn te verlichten iets in de maag te hebben. Als er geen hooi meer beschikbaar is dan zal het paard pijn gerelateerd gedrag vertonen zoals luchtzuigen, weven of zich vastbijten aan de box.
De dunne darm
Aan het begin van de dunne darm worden gal en alvleeskliersap toegevoegd om vetten, koolhydraten en eiwitten af te breken en op te nemen. In tegenstelling tot mensen heeft een paard geen galblaas waardoor gal continu wordt afgegeven, zelfs als de darm leeg is. Bij het eten van gras wordt precies de juiste hoeveelheid geproduceerd. Omdat het maagzuur voldoende tijd heeft gehad om het gras voor te verteren kunnen de voedingsstoffen efficiënt worden opgenomen. Dit proces verloopt snel: de dunne darm is ongeveer twintig meter lang en het meeste gras passeert binnen zestig minuten.
Bij het eten van hooi verloopt de vertering minder efficiënt. Doordat voedsel sneller uit de maag wordt geperst is het nog niet optimaal voorverteerd waardoor een deel van de voedingsstoffen niet direct vrijkomt. Aan het einde van de dunne darm blijven er daardoor nog voedingsstoffen over die vervolgens in de dikke darm terechtkomen.
Wanneer het hooi op is raakt de dunne darm snel leeg terwijl de toevoer van gal blijft doorgaan. Dit mengt zich met het maagzuur dat blijft doorstromen wat irritatie aan de darmwand kan veroorzaken. Op lange termijn kan dit ervoor zorgen dat voedingsstoffen minder goed worden opgenomen met vermagering als gevolg. De meest voorkomende reactie is dat er nog meer hooi gevoerd gaat waardoor de overbelasting van maag en darmen alleen maar groter wordt.
De dikke darm
In de dikke darm worden vezels en cellulose afgebroken door de grote hoeveelheden bacteriën die daar aanwezig zijn. Deze bacteriën zetten de vezels om in voedingsstoffen die het paard kan opnemen en gebruiken als energiebron. Wanneer er aan het einde van de dunne darm nog voedingsstoffen overblijven komen deze in de dikke darm terecht. Dit kan zorgen voor een overgroei van schadelijke bacteriën waardoor de zuurgraad stijgt en er grote hoeveelheden gas worden geproduceerd.
Door de productie van gas komen de darmen onder druk te staan wat resulteerd in gaskoliek. De darmen kunnen verdraaien, krijgt geen bloed meer en streft snel af met meestal een dodelijke afloop. De onbalans in bacteriën verstoort de opname van vocht wat resulteerd in diaree of mestwater. Een verstoorde opname van suikers en zetmeel dragen bij aan de ontwikkeling van hoefbevangenheid, een pijnlijke en ernstige aandoening aan de hoeven.
Gedoseerd voeren
Oplossingen die werken met kleinere porties op vaste, frequente voermomenten zijn daarbij een duidelijke verbetering ten opzichte van traditioneel voeren. Ze brengen structuur, verkleinen de kans op lange voerloze periodes en helpen om de ruwvoeropname beter te spreiden over dag en nacht. Daarmee ondersteunen ze de spijsvertering aanzienlijk beter dan enkele grote voerbeurten per dag.
De volgende stap is het benaderen van het natuurlijke eetritme zelf. Door het hooi niet in afzonderlijke porties, maar in zeer kleine beetjes en met korte tussenpozen aan te bieden, wordt het maag-darmstelsel gelijkmatig en continu belast. Dit voorkomt proppen, pieken en het stilvallen van de spijsvertering en sluit het dichtst aan bij hoe een paard van nature gras opneemt.
De FeedingMaster is ontwikkeld om dit principe praktisch mogelijk te maken. Het systeem biedt het hooi in korte, instelbare cycli aan, gevolgd door korte pauzes. Het paard kan telkens kleine plukjes hooi opnemen, waardoor de maag niet overbelast raakt en het verteringsproces rustig en gelijkmatig verloopt. Het hooi blijft langer in de maag, het maagzuur kan zijn werk doen en voedingsstoffen worden gecontroleerd afgegeven aan de dunne darm, waar ze effectief worden opgenomen. Zo wordt voorkomen dat onverteerde voedingsstoffen in de dikke darm terechtkomen en daar tot gasvorming of verstoring van de darmflora leiden.
Welke oplossing het best past, hangt af van de situatie, de huisvesting en de mogelijkheden. Wat ze gemeen hebben, is dat ze allemaal een stap vooruit zijn ten opzichte van traditioneel voeren. Hoe dichter je het natuurlijke eetritme benadert, hoe groter de ondersteuning voor de spijsvertering en het welzijn van het paard.











